Een nieuwe Veton® lader online brengen. Steek de netwerkkabel in, open de webinterface, richt hem op je meter. Vijftien minuten, van begin tot eind.

Wat betekent “instellen” precies?

Twee fasen. Installatie is het fysieke werk. De lader monteren, de kabel trekken, aansluiten op het elektrisch bord van het gebouw. Dat doet een erkende elektricien, volgens de installatiehandleiding die bij de lader zit (ook op veton.be/downloads/). Instellen zijn de paar klikken daarna om de lader te vertellen over jouw gebouw. Dat is waar deze pagina over gaat.

Hoe open ik de webinterface van de lader?

Veton® laders verbinden via Ethernet, met optioneel 4G/2G. Geen Wi-Fi. Steek een netwerkkabel in de ETH0-poort op de controller binnenin de componentenkast en trek hem door naar je router of switch. Zodra de lader stroom en een link heeft, open je een browser op hetzelfde netwerk en ga je naar http://ev3000.local:8080/. Lost de naam niet op, dan ondersteunt je router geen mDNS. Gebruik dan het IP-adres van de lader, uit de lijst met verbonden toestellen in je router of via de Veton® app. Je komt op het live dashboard. Laadmodus, energiestroom, actieve sessie.

Hoe meld ik me aan om instellingen te wijzigen?

Het dashboard is alleen-lezen tot je aanmeldt. Klik LOG IN rechtsboven en gebruik de standaardgegevens operator / operator. De operator-rol mag elke instelling van de lader wijzigen. Er is ook een alleen-lezen “user”-rol en een hogere “manufacturer”-rol voor fabrieksverrichtingen. Eens de installatie werkt, wijzig je het operator-wachtwoord vanuit het Phoenix Contact-dashboard, gelinkt onderaan de Settings-pagina. Het standaardwachtwoord volstaat voor de eerste keer, niet voor dagelijks gebruik.

Wat doe ik op de Settings-pagina?

Open het tabblad Settings. Zes secties, van boven naar onder. Load management, Electricity tariff, Solar & location, OCPP, RFID whitelist, Advanced. Raak enkel aan wat van toepassing is. Een typische thuisinstallatie heeft genoeg aan de eerste drie. Veel woningen hebben enkel de eerste nodig.

Hoe configureer ik het ingebouwde slim laden van de lader?

Drie zaken, allemaal in de sectie Load management bovenaan Settings. (1) Site meter. Kies wat fysiek geïnstalleerd is. Veton® ondersteunt de Xemex P1-module (bij de lader meegeleverd), de HomeWizard P1 en de Phoenix Contact EEM-reeks. Klik Auto-detect voor elk van de drie, of geef het IP-adres manueel in. (2) Charger circuit fuse (onder Advanced settings). De zekering op de kabel die deze lader voedt, typisch 32 A bij woningen. De lader trekt nooit meer dan deze waarde. (3) Building grid connection fuse, per fase. De hoofdzekering op je netaansluiting, bijvoorbeeld 40 A. Capacity- en Smart-modus gebruiken dit om te voorkomen dat de auto het gebouw voorbij zijn hoofdzekering duwt, ook als de oven, warmtepomp en vaatwasser allemaal draaien. Laat Disable internal load management uitgevinkt. Klik Save.

Ik heb al een apart energiebeheersysteem — wat configureer ik?

Bijna niets. Draai je een externe EMS — de Veton® load management device op een site met meerdere laders, of een ander Modbus- of OCPP-systeem dat het laden al optimaliseert — open dan Advanced settings in de load-management-sectie, vink Disable internal load management aan, en klik Save. De lader stopt met zelf stroomlimieten op te leggen en laat het externe systeem beslissen. De meter, indien aanwezig, blijft data naar het dashboard sturen voor monitoring. Het externe EMS neemt de beslissingen.

Moet ik het elektriciteitstarief instellen?

Gebruik je Smart-modus, dan ja. Zo kiest de lader de goedkoopste en zonnigste uren. Drie opties. Dynamic (standaard) gebruikt de live day-ahead marktprijs voor jouw land, dagelijks gepusht. Geen setup nodig. Day & Night neemt een dagtarief (€/kWh), een nachttarief, en de uren die als dag tellen. Handig voor oudere tweevoudige contracten. Fixed gebruikt één €/kWh-tarief. Smart verschuift nog steeds naar zon en vermijdt pieken, maar kan niet besparen op tariefuren. Belgische klanten op het capaciteitstarief stellen ook Capacity-tariff peak (kW) in, de maandelijkse piek waarop je comfortabel gefactureerd wil worden. Smart- en Capacity-modus houden de maandelijkse netafnamepiek onder deze waarde, zodat een autolading nooit een nieuwe piek zet die je de rest van het jaar meedraagt.

Hoe stel ik de locatie, zonnepanelen en thuisbatterij in?

In de sectie Solar & location. Location. Zoek je adres of klik op de kaart. De lader gebruikt dit om de lokale zonnevoorspelling op te halen en de juiste landenmarktprijs toe te passen. Solar arrays. Geef voor elk veld op het dak de grootte in kWp, de oriëntatie (N, NO, O…) en of het schuin of plat ligt. Twee velden in verschillende richtingen is normaal. Voeg een rij toe per richting. Laat leeg als er geen zonnepanelen zijn. Al de rest blijft werken. Home battery. Heb je er een, geef dan de capaciteit in kWh in en vink Protect home battery aan. Daarmee gebruikt zonneladen alleen stroom die het net daadwerkelijk exporteert, zodat de auto je thuisbatterij ‘s avonds nooit leegtrekt. Klik Save solar settings.

Wat is OCPP en heb ik het nodig?

OCPP (Open Charge Point Protocol) is de taal die commerciële laadback-offices gebruiken om sessies te autoriseren en bestuurders te factureren. Je hebt het enkel nodig als je je hebt aangemeld bij een back-office, typisch op het werk, een publieke site, of als deel van een wagenpark. Voor thuisgebruik mag je deze sectie volledig negeren. Heb je wel een back-office, plak dan hun WebSocket-URL in Backend URL (je leverancier bezorgt die), klik Auto-configure zodat de lader zichzelf bekabelt, en daarna Save URL. Sommige leveranciers staan voorgedrukt in de dropdown. Kies de jouwe en spaar typwerk uit.

Wat is de RFID-whitelist?

Wordt de lader gedeeld tussen bestuurders en wil je elke sessie laten autoriseren met een RFID-kaart — typisch voor kantoren, wagenparken en gebouwen met meerdere gebruikers — dan beheer je hier welke kaarten toegelaten zijn. Eenpersoonshuishoudens mogen dit negeren. Zonder RFID-vereiste kan iedereen die inplugt laden. Activeren doe je via Enable RFID whitelist mode. Enkel kaarten op de lijst hieronder kunnen dan een sessie starten. Een kaart toevoegen kan door ze op de lezer te tikken en op Import te klikken zodra ze onder “Recently scanned” verschijnt, of door de UID manueel in te geven met een optioneel label en vervaldatum. Een kaart verwijderen of tijdelijk uitschakelen doe je met de knoppen ernaast in de lijst. Staat OCPP aan, dan neemt OCPP de autorisatie over. De lokale whitelist blijft als back-up voor wanneer de cloud onbereikbaar is.

En netwerk- of beveiligingsinstellingen?

Die staan in het Phoenix Contact-dashboard, het onderliggende hardware-bedieningspaneel. Scrol naar de sectie Advanced onderaan Settings en klik Open Phoenix Contact dashboard. Het opent in een nieuw tabblad met dezelfde login. Daar wijzig je de IP-configuratie, het operator-wachtwoord, firewallregels enzovoort.

Ik geraak er niet uit — waar krijg ik hulp?

Bekijk eerst de installatiehandleiding. De meeste setup-vragen worden daar beantwoord, met schema’s. Voor al de rest, mail support@veton.be met het serienummer van de lader (zichtbaar in de OCPP-sectie van Settings) en een korte beschrijving. De meeste zaken zijn binnen één werkdag opgelost.

Zie ook laadmodi en de Veton® app, FAQ zonneladen, FAQ load balancing, en de FAQ Veton® load management voor sites met meerdere laders.